NL leger

 

Hoe het begon

 

Tussen 1972 en 1976,  testte de Landmacht, ter vervanging van de Nekaf, verschillende terreinauto’s zoals de Jeep, Land Rover, DAF en de Toyota LandCruiser. De Toyota  kwam voor de Landmacht het beste uit de tests. Echter, de Nederlandse regering ging niet tot aankoop over, omdat Japan  geen tegenorders plaatste bij de Nederlandse industrie. Een ander reden was dat er met het in British Leyland in moeilijkheden verkeerde en zat te springen om een grote order te krijgen. Hierdoor kon de Landmacht een lage prijs voor de Land Rover bedingen.  De Land Rovers werden niet in geld betaald, maar met goederen uit Nederland. Ons leger kreeg zo’n 4400 Light-weights (waarvan de helft in MOB kwam) en zo’n 1100 109’s (¾ tonners en ambulances).  De Land Rovers werden tussen 1972 tot 1982 afgeleverd. De Land Rovers zouden 15 jaar mee moeten gaan.

 

 

Kapot gemodificeerd

 

Tijdens die 15 jaar zijn de Laro’s danig gemodificeerd. Niet alle aanpassingen bleken verbeteringen, waardoor de Laro binnen de Landmacht een slechte naam kreeg. Af fabriek had de Nederlandse Landmacht de volgende aanpassingen:

· Een dieselmotor waarvoor het accu vermogen niet voldoende was.

· In Nederland gemaakte huiven. Deze huiven waren trouwens zeer goed en zijn na 30 jaar nog steeds bruikbaar.

· Banden die waren overgehouden van het NEKAF tijdperk. Uit kostenbesparende redenen waren deze banden naar Solihull verscheept en op de nieuwe Land Rovers gemonteerd. Echter de versnellingsbak, tussenbak en de assen waren niet geschikt voor de NEKAF bandenmaat en zo ontstonden er ernstige versnellingsbakslijtage. Uiteindelijk is dit aangepast met de bijbehorende hoge kosten.

· De assen waren van gietstaal ipv. warm gewalst staal. Het gevolg was veel problemen met de assen. Ook dit is uiteindelijk aangepast.

· De Nederlandse Landrover werd niet voorzien van een vacuümpomp voor de rembekrachtiging. Een klep in de luchtinlaat tussen het luchtfilter en het spruitstuk, om vacuüm  te maken, bleek goedkoper. Echter dit werkte niet zo goed als een vacuümpomp. Het gevolg was veel olieverbruik en een slechte verbranding, wat zich uitte in wolken blauwe rook.

Kort na indiensttreding, begon de Landmacht de Land Rovers te modificeren naar hun eigen wensen. Hierdoor verviel de fabrieksgarantie. De Landmacht voerde zeer veel aanpassingen door.

Tony Kalf, ex Sgt. TD en een man die daadwerkelijk dagelijks aan het materieel moest werken, vond geen enkele modificatie zinvol. De meeste waren ontstaan als lapmiddel vanwege budget. 

De belangrijkste problemen aan de ex NL landmacht 3/4 tonners waren haar aandrijving, chassis, elektra, metaalmoeheid van de aluminium delen en de kachel. De onderdelen die het meest onderhoud nodig hadden waren de elektra en de kachel.

Aan de 109's werd volgens Tony behalve het gewone onderhoud (remmen, steekassen en elektra) niet veel gesleuteld. Wel kwam  vaak voor dat het chassis krom was. Als dit buiten de normen viel werd de hele wagen gestript. Daarna werd met behulp van andere voertuigen een bruikbaar exemplaar gebouwd.

 

Einde van een tijdperk

 

Vanaf 1990 ging Defensie de Laro’s verkopen. Via de domeinen kwamen de ex NL leger 109s dan ook in handen van particulieren.

 

 

 

Op de volgende pagina tref je nog meer foto’s aan van 109s ten tijde van de ‘koude oorlog’.